De imkers De lokaties Het bijenvolk De honing Terug naar boven

De imkers

imker

Hoi, wij zijn Linda en Ties, hobby-imkers woonachtig in de Brabantse Kempen. We hebben allebei de basiscursus imkeren gevolgd, en vinden het leuk om bezig te zijn met bijen.

We wonen beide in een rijtjeshuis en alhoewel we in de zomer soms een paar kleine bijenkasten in de achtertuin hebben staan, is zo’n woonplek te klein om meerdere bijenkasten bij het huis te hebben. Net zoals vele andere imkers hebben we onze bijenkasten op een andere plek staan waar veel ruimte is.

Mocht je met ons in contact willen komen, het emailadres is:

imkers@bijlieske.nl

De lokaties

PA

We hebben onze bijenkasten op twee plekken staan. De eerste plek is aan de oostkant van Eersel, aan de rand van de bebouwing. Een prima plek waar in de directe omgeving een mooie diversiteit aan bloemen, planten en bomen te vinden is voor de bijen, en waar zeer veel voer te halen is. We hebben op deze plek ongeveer 6 bijenkasten staan. De tweede plek is aan de oostkant van het dorp Knegsel. Ook op deze plek is er naast veel bos ook veel variatie door de tuinen in het dorp. Op deze plek hebben we 4 tot 6 bijenkasten staan.

PA

Een dorp of een stad is voor bijen een fantastische plek, omdat iedereen allerlei mooie bomen, struiken en planten in de tuin heeft die op verschillende momenten bloeien. Daarnaast zijn er in de onmiddellijke omgeving van beide plekken een aantal verbindingswegen waar van oudsher allemaal lindebomen staan. Lindebomen zijn een goede en belangrijke nectarbron voor de bijen, ze bloeien rond medio juli, en dat is ideaal voor het imkerseizoen. Ook andere bomen zijn er volop zoals kastanjes en wilg. Daarnaast is er ook een ruime hoeveelheid klimop voorhanden waarvan in het najaar ook zeer veel nectar wordt gehaald.

PA

We reizen niet met de bijen. Sommige imkers reizen met hun bijenvolken voor bepaalde drachten (kers, peer, pruim, appel en dergelijke in het voorjaar, bijvoorbeeld balsemien en heide in het najaar) naar boomgaarden, heidegebieden en bijvoorbeeld de Biesbosch. Het levert zeker specifieke lekkere honing op maar wij vinden de honing op onze lokaties ook al erg lekker!

Het bijenvolk

We imkeren met zowel Carnica bijen als met Buckfast bijen. Dit zijn de twee meest voorkomende honingbij-soorten in Nederland. Er is in de praktijk, vinden wij, niet zo veel verschil in het werken met beide soorten. Wel hebben we per lokatie een enkele bijensoort. Beide soorten gedragen zich gedurende het seizoen redelijk vergelijkbaar.

PA

Een bijenvolk bestaat uit 1 koningin (ook wel moer genoemd), en van alle overige bijen is 99% een werkster (vrouwelijk) en 1% ongeveer een dar (mannelijk). De werksters verzorgen alle taken in de bijenkasten, de darren zijn er alleen om koninginnen te bevruchten. Een koningin in een volk gaat nadat ze uit de cel komt na een week ongeveer op paringsvlucht en wordt dan bevrucht door een twintigtal darren die ook rondvliegen. Een dar die gepaard heeft sterft onmiddellijk daarna. Dit is de enige paringsvlucht die ze maakt en is daarna in staat gedurende haar hele leven eitjes te leggen.

In de zomer zitten er wel tot 50.000 bijen in een volk, in het najaar bouwt dat aantal af en zal slechts een kleiner volk van 10.000-20.000 bijen overwinteren. Ook worden in het najaar alle darren door de werksters uit de kast verdreven omdat ze dan geen functie meer hebben voor de bijenvolken. Na een korte legstop in de winter begint de koningin in het begin van het jaar weer eitjes te leggen en vanaf ongeveer april begint het volk weer te groeien.

Waar in de zomer een werkster ongeveer 6 weken leeft, kan een winterbij wel tot 6 maanden overleven. Dit komt omdat winterbijen vrijwel niet vliegen en veel minder broed hoeven te verzorgen maar vooral overwinteren door op een tros elkaar en de koningin warm te houden. Koninginnen kunnen 3 tot 4 jaar oud worden en om haar sneller te herkennen wordt zij vaak gemerkt met een gekleurde stip.

PA

Bijenkasten zijn vaak opgebouwd uit een bodem en een deksel met daartussen kamers, of bakken. Je ziet dat goed op de bovenste foto. In een bak zitten ramen, waar de bijen raat in bouwen. Bij de bodem van de kast zit een zogenaamde vliegplank, waar de bijen naar binnen en buiten kunnen. Bijen zullen van nature de honing zo ver mogelijk van de ingang van de kast opslaan, dat wil zeggen dat het broed voornamelijk onder in de kast zit, in de raat van de ramen in de onderste bakken, en de honing in de bovenste bakken. Om er voor te zorgen dat in de bovenste bakken ook alleen maar honing zit, wordt de koningin met behulp van een moerrooster in de onderste bakken gehouden. Dit moerrooster is zodanig dat werksters er wel door kunnen maar een koningin niet. De koningin kan dus alleen in de onderste bakken eitjes leggen. De werksters krijgen daardoor in de bovenste bakken alle ruimte om daar de honing op te slaan. Alleen de ramen in de bovenste bakken worden bij het honing slingeren gebruikt om honing te oogsten.

PA

De ramen bevatten cellen, dit zijn mooie zeshoekige structuren die door de bijen worden gemaakt met behulp van was. Deze was komt bij de werksters uit klieren op haar buik. Een raam bevat aan beide kanten cellen, per zijde zijn er dat bij mijn kast/raamtype ongeveer 2.000. Er zitten 11 of 10 ramen in een bak. In een bijenkast van 3 bakken zijn er dus ruim 100.000 cellen aanwezig.

PA

De levenscyclus van een bij is voor alledrie de types (koningin, dar, werkster) hetzelfde: eitje-larve-pop-bij. Er zit wel een verschil in hoe lang ze in elke fase zitten.

Soms is er in het volk behoefte aan een nieuwe koningin. Voorbeelden zijn:

  • de koningin is te oud
  • ze legt niet meer goed eitjes
  • de koningin is spontaan gestorven
  • er is een zwerm uit de kast weggevlogen

In die gevallen wordt een nieuwe koningin gemaakt. De bijen zullen een aantal jonge werkster-larves anders gaan voeden en de betreffende cellen aanpassen. Deze koninginnencellen zien er uit als een soort van pinda die aan het raam hangt.

PA

verdere weetjes:

  • alleen de werksters kunnen steken, de darren en de koningin niet.
  • voor een pot honing vliegen de bijen bij elkaar ongeveer 75000 kilometer
  • een werkster haalt in de zomer in haar leven ongeveer 1 theelepeltje honing naar de kast
  • de koningin legt in de zomer ongeveer 2000 eitjes per dag
  • bijen kunnen wel tot 30 km/uur vliegen
  • bij een bijensteek wordt een bepaalde geur afgegeven waardoor andere bijen weten wie en waar ze moeten steken
  • bijen hebben 5 ogen, 2 facetogen en 3 boven op hun kop om zich te orienteren op de zon
  • bijen geven aan elkaar door waar er nectar te halen valt, ze doen dit door een soort van dansje, door in de vorm van een 8 rond te lopen en te trillen of schudden. De hoek van de 8 geeft de richting aan ten opzichte van de zon, en de heftigheid van trillen is een maat voor de afstand
  • de gele klompjes op de achterste poten van de bijen is stuifmeel. om bij de nectar te komen moet een bij vaak langs de stuifmeeldraden van de plant. Op de voorste poten zit een kamachtig uitsteeksel waarmee de bij het stuifmeel naar de achterste pootjes “kamt”. Aan de achterste pootjes groeien haren in de vorm van een mandje waar het stuifmeel in verzameld wordt

De honing

De honing komt uit onze eigen kasten. De honing wordt zelf geslingerd en in potjes gedaan. Alle honing wordt gehaald rondom Eersel of Knegsel. We slingeren meestal 2 keer per seizoen. Als het voorjaar goed is geweest slingeren we eind mei om de voorjaarshoning te verzamelen. Verder slingeren we soms in juli als het begin van de zomer (ook) goed is en de honingkamers weer vol raken. We slingeren in ieder geval aan het einde van het seizoen, ergens halverwege augustus. In principe worden alleen ramen geslingerd waarvan het merendeel van de cellen is gesloten of als blijkt met een stootproef dat de honing goed is ingedikt en voldoende droog is.

De opbrengst aan honing varieert per jaar, sommige jaren is de opbrengst van onze honing erg laag. Dat ligt dan aan het seizoen, dat bijvoorbeeld erg nat of erg koud is geweest. De laatste jaren staat de honingopbrengst ook onder druk door de opkomst van de Aziatische Hoornaar. Deze exotische wespachtige (niet te verwarren met de Europese Hoornaar) die veel bijen en zelfs volken doodt, is ondertussen een behoorlijke plaag geworden voor imkers in Nederland. De bijen in Nederland hebben geen verweer tegen deze nieuwe rover, en ook de imkers weten nog niet goed hoe ze deze plaag buiten de kasten kunnen houden. Gelukkig valt de impact daarvan op onze volken nog mee. En soms hebben we ook gewoon een goed jaar met een prima verhouding zon en regen en warmte.

PA

De houdbaarheidsdatum van de honing wordt bepaald door het vochtgehalte in honing. Honing wordt gevormd doordat de bijen het vloeibare nectar opslaan in de cellen en vervolgens met behulp van warmte en ventileren dit laten indikken, waardoor water in de nectar verdampt. Als de nectar voldoende is ingedikt en droog is gemaakt wordt de cel door de bijen afgesloten met een kapje. Bij het honingslingeren ontsluiten we deze cellen met een soort van vork zodat de honing er uit kan lopen. Bij het honingslingeren wordt er op gelet dat er alleen ramen worden geslingerd die in voldoende mate gesloten honingcellen bevat, waardoor de honing voldoende droog is. Honing die te nat is kan gaan gisten en is niet meer geschikt voor consumptie. Na het slingeren meten we van de geoogste honing het vochtpercentage met een refractometer. Daar wordt dan de houdbaarheidsdatum van afgeleid.

Honing kan gaan kristalliseren, dat wil zeggen hard worden. Dat is een natuurlijke eigenschap van honing en heeft te maken met de verhoudingen van de verschillende soorten suikers die in de honing zitten, en dat is weer gekoppeld aan de verschillende planten waar de nectar is gehaald. Er is niets mis met gekristalliseerde honing. Je kunt de honing weer vloeibaar maken door deze een aantal uren te verwarmen tot 30-40 graden. Maak de honing niet te heet, boven de ongeveer 45 graden verliest de honing veel van zijn gezonde eigenschappen. Ook dan is de honing nog steeds lekker (bijvoorbeeld in de thee), maar toch anders.

PA

Honing moet je goed afgesloten en wat koeler bewaren, honing trekt vocht aan en dat vergroot de kans op gisten, en koelere honing zal minder snel kristalliseren.

Omdat de bijen zelf kiezen op welke planten ze vliegen om nectar te halen en de honing pas wordt verzameld na een bepaalde periode is niet te achterhalen welke planten hebben bijgedragen aan de smaak van de honing. De keuze om nectar te halen bij bepaalde planten is van veel factoren afhankelijk, en omdat in het vlieggebied van onze bijenkasten heel veel verschillende soorten planten bloeien is dat onmogelijk te voorspellen. Ook kan dit van seizoen tot seizoen en van week tot week verschillen, afhankelijk van het weer (bijen vliegen niet als het regent), de temperatuur (bijen vliegen niet als het koud is), het bloeimoment van planten, de mate van regen (planten geven meer of minder nectar afhankelijk van het vocht in de grond), andere plantengroei, snoeien van planten, problemen rond of in de kast zoals Aziatische Hoornaars, mijtenbesmetting, koninginnenwissel, de keuze van bijen om langer of korter op een bepaalde plant te vliegen, en nog veel meer factoren. Toch vinden we iedere keer weer als er honing is geslingerd dat de nieuwste honing heerlijk van smaak is!

PA

Ieder jaar doen we met onze honing mee met de honingkeuring van de vereniging. Deze wordt uitgevoerd door officiele keurmeesters van het bijkersgilde. Onze honing komt daarbij met zeer goede cijfers uit de bus.

Waarom staat er op het etiket dat je geen honing moet geven aan kinderen jonger dan 1 jaar?

Honing is een natuurproduct en bevat dus ook geringe hoeveelheden bacteriën. Die zijn voor een normaal mens totaal onschadelijk. Bij kinderen jonger dan 1 jaar is echter de darmflora nog niet volledig ontwikkeld, en kan deze bacterie overleven en kan dit in zeldzame gevallen leiden tot botulisme. Daarom staat deze waarschuwing op het etiket.

PA